Onderwijsministers willen meer samenwerking voor beroepsopleidingen

De Raad Onderwijs bereikte op 7 december een akkoord over de manier waarop Europa in de toekomst beter wil samenwerken op het vlak van beroepsonderwijs en –opleidingen. Tijdens een informele raad bepaalden de onderwijsministers de prioriteiten en doelstellingen voor de komende tien jaar in het Communiqué van Brugge.
Het akkoord is het resultaat van het zogenaamde Kopenhagenproces dat in 2002 werd opgestart. Dat traject staat in het teken van vrijwillige samenwerking op het vlak van beroepsonderwijs en -opleiding en wil in de eerste plaats meer gemeenschappelijk vertrouwen creëren in elkaars beroepsgerichte onderwijs- en opleidingssystemen.
De belangrijkste doelstellingen van het Communiqué van Brugge zijn:
- Er moet meer aandacht komen voor leerresultaten en competenties, en er moet werk gemaakt worden van het erkennen van competenties verworven buiten het onderwijs (EVC).
- Er moet meer samenwerking komen tussen onderwijsverstrekkers (inclusief leerkrachten) en de bedrijfswereld, inclusief de sociale partners.
- Beroepsonderwijs en –opleiding moeten gezien worden als een volwaardig middel om een beroep aan te leren, maar ook om competenties te verwerven om door te stromen naar vervolgopleidingen, eventueel in het hoger onderwijs.
- De informatie over loopbaanperspectieven en de behoeften van de arbeidsmarkt moet goed gebruikt worden.
- Er moet de nodige begeleiding komen van leerlingen, cursisten en werknemers.
- Er moet voldoende geïnvesteerd worden in beroepsopleidingen.
- Leerlingen en cursisten moeten aangemoedigd worden om in het buitenland te studeren of te werken.
- Er zal samengewerkt worden rond concrete doelstellingen op het vlak van beroepsonderwijs.
Vlaams minister van Onderwijs en voorzitter van de Raad Onderwijs Pascal Smet was bijzonder blij met het bereikte akkoord: “Een eengemaakt Europa moet ook een realiteit zijn voor mensen met praktisch georiënteerde competenties. In een geglobaliseerde wereld met zeer snelle technologische evoluties en een groene economie die zich steeds sneller ontwikkelt, is er immers nood aan mensen met een goede beroepsopleiding.”
Gezamenlijke verklaring
Een van de belangrijkste doelstellingen van het Brugge Communiqué is dat alle belanghebbenden nauw betrokken moeten zijn bij het Kopenhagenproces. Daarom konden de vier belangrijkste Europese verenigingen van aanbieders van beroepsopleidingen ook meewerken aan de gezamenlijke verklaring van het Brugge Communiqué. Ook de Europese organisaties van de sociale partners (Business Europe, UEAPME, CEEP en ETUC) namen van bij het begin deel aan het overleg.
Voorgeschiedenis
Het Kopenhagenproces werd in 2002 opgestart door de 27 huidige EU-lidstaten, de kandidaat-lidstaten en de leden van de Europese Economische Ruimte. De doelstelling van het Kopenhagenproces is om een gemeenschappelijke Europese ruimte te creëren voor het beroepsonderwijs, net zoals het Bolognaproces dat doet voor het hoger onderwijs.
Het Kopenhagenproces heeft haar wortels in Brugge. Tijdens het vorige Belgische EU-voorzitterschap (2001) werd daar immers de kiem gelegd voor de Verklaring van Kopenhagen. Het was dan ook symbolisch dat dit nieuwe akkoord opnieuw in Brugge werd bereikt.
Het Brugge Communiqué werd voorbereid tijdens de conferentie over kwaliteitsborging en transparantie als interface tussen beroepsonderwijs en -opleiding, scholen en hoger onderwijs om mobiliteit en levenslang leren te stimuleren.
The Bruges Communiqué on enhanced European Cooperation in Vocational Education and Training (en)












































































































