Lidstaten rekenen op innovatie

Met deze vaststelling beëindigde Jean-Claude Marcourt de Raad Concurrentievermogen voor de industrie die op deze dinsdag 12 oktober werd afgesloten in Luxemburg en waarvan de debatten volledig gewijd waren aan de Unie voor de innovatie. Dit is een uitermate belangrijk initiatief van de Commissie om het concurrentievermogen van de Europese Unie een nieuwe boost te geven in het kader van de strategie Europa 2020.
Innovatie is een essentieel element van het externe concurrentievermogen van de Europese Unie. Er moet dus geïnvesteerd worden in dat domein en in het bijzonder in het innovatievermogen van de onderne-mingen, vooral dan van de KMO’s. De meeste delegaties zijn van mening dat dit innovatievermogen beantwoordt aan de maatschappelijke uitdagingen en dat het zal bijdragen tot de duurzaamheid van de industrie. En een duurzame industrie is ons concurrentievoordeel.
De lidstaten hebben de aanpak van de Commissie inzake financiering goedgekeurd. Het komt erop aan in de toekomst in te werken op verschillende niveaus: de private financieringen ondersteunen, de publieke middelen verder uitbouwen en het rendement verhogen. De Europese Investeringsbank speelt bij de financiering van innoverende ondernemingen in volle groei een centrale rol. Er werden een aantal mogelijkheden gegeven: garantiesystemen en een betere grensoverschrijdende markt voor risicokapitaal, een grotere mobilisering van de overheidsaanbestedingen, het creëren van een Europese octrooienmarkt. Hiervoor moeten de Europese regels gemoderniseerd en de KMO-omgeving vereenvoudigd worden.
Er werden heel wat betogen gehouden over de mogelijke vormen van staatshulp. Om innovatie te kunnen ondersteunen is het prioritair dat het kader van de staatshulp wordt herzien, hetzij in deze context van steun aan de vernieuwing in alle mogelijke vormen, hetzij in de context van herstructureringen. Bij deze herziening moet ook rekening gehouden worden met de externe dimensie.
De Commissie heeft voorgesteld om een innovatieraad op te richten waarin alle ministers van Industrie en Onderzoek zetelen en die ongeveer om de zes maanden zou samenkomen. Dit voorstel werd vrij positief onthaald. Voor de delegaties is het vooral belangrijk dat een dergelijk raad gecentraliseerd blijft in de Raad Concurrentievermogen waarvan de positie en de rol versterkt moeten worden. Het is niet de bedoeling iets nieuws te vormen, maar wel een plaats te creëren waar ideeën kunnen worden uitgewisseld en waar opvolging kan gebeuren in het kader van gezamenlijke vergaderingen van de takken industrie en onderzoek om zo meer coherentie te krijgen tussen de standpunten van de verschillende sectoren. Hier zou dan ook plaats moeten zijn voor de uitwisseling van goede praktijken.
Ten slotte hebben heel wat delegaties zich uitgesproken voor partnerships om de hier behandelde uitdagingen (clustering, enz.) te kunnen opnemen. Er moet wel nog duidelijkheid komen over hun eigenlijke aanwending. In dit opzicht werd met aandacht geluisterd naar de door de Commissie aangeprezen pilootbenadering.
3035th COMPETITIVENESS Council meeting (provisional version) - Luxembourg, 11-12 October 2010