Informele Raad EPSCO over “sociale zekerheid en sociale inclusie”

De tweede dag van de informele EPSCO, gewijd aan het sociaal beleid, verliep onder het voorzitterschap van Laurette Onkelinx, minister van Sociale Zaken en in aanwezigheid van Michel Daerden, minister van Pensioenen, van Jean-Marc Delizée, staatssecretaris voor Personen met een handicap en Philippe Courard, staatssecretaris belast met Sociale integratie.
De debatten werden verdeeld in twee werksessies:
De sociale dimensie van de strategie “Europa 2020”
De eerste sessie – onder het voorzitterschap van Laurette Onkelinx – ging over de sociale dimensie van de nieuwe strategie “Europa 2020”.
De minister legde in haar interventie de nadruk op de zeer zware sociale gevolgen van de financiële, economische en sociale crisis en stelde vast dat er op de grote ambitie van Europa om de meest competitieve economie te worden met een sterk sociaal model een zware hypotheek ligt.
Voor Laurette Onkelinx moet er inderdaad een drastische mentaliteitswijziging komen: “De focus van de Europese politiek op het terugdringen van de openbare begrotingstekorten kan negatieve gevolgen hebben voor onze actie op het vlak van sociale inclusie als we doelstellingen inzake werkgelegenheid en sociale cohesie niet opnemen naast de noodzakelijke doelstellingen om de publieke tekorten weg te werken. Europa moet op twee benen staan: een economisch, maar ook een sociaal. In die zin is het voor mij heel belangrijk dat de sociale convergentie wordt versterkt van alle Europese landen naar een ambitieus sociaal model”.
Zoals meermaals onderlijnd tijdens de ontmoeting met de sociale partners en het sociale platform op woensdag, zal de ontwikkeling van de strategie Europa 2020 één van de grote werven zijn tijdens dit Voorzitterschap. Alle beschikbare middelen moeten worden ingezet om de levensomstandigheden van alle Europeanen te verbeteren.
Aan het einde van de vergadering haalde Minister Onkelinx volgende vier punten aan:
- De ontwikkeling van nieuwe instrumenten is meer dan ooit een noodzaak als we de EPSCO-Raad een centrale rol willen doen spelen, naast de Raad ECOFIN, in het economische EN sociale beleid.
- Elke minister heeft het belang onderlijnd van richtsnoer 10, die zich voor het eerst toespitst op specifiek sociale aspecten van de strategie Europa 2020. In dit kader heeft Laurette Onkelinx aan haar Europese collega’s voorgesteld om het Social Protection Committee een mandaat te geven voor de ontwikkeling van een set nieuwe indicatoren waarmee de uitvoering van de verschillende punten van richtsnoer 10 kan worden opgevolgd. Deze indicatoren worden zo de basis van de versterking van het proces van sociale convergentie en moeten het mogelijk maken om de verschillende initiatieven van de Lidstaten inzake sociaal beleid te ondersteunen en te evalueren. Dit voorstel werd zeer positief onthaald door de informele raad. De minister zal zeer binnenkort de voorzitter van het SPC ontmoeten.
- De Europese Commissie zal in oktober haar Flagship voorstellen, dat de roadmap zal zijn van de Commissie voor de uitwerking van het sociale luik van de Strategie. Voor de Minister komt het erop aan om ook creatief en voluntaristisch te zijn in dossiers zoals de toepassing van artikel 9 van het Verdrag van Lissabon: de horizontale sociale clausule. Deze clausule is belangrijk want ze legt aan elk beleid dat gevoerd wordt op Europees vlak een sociale dimensie op. Het nut van dit instrument werd onderlijnd door talrijke deelnemers aan de informele Raad.
- De Open Coördinatie Methode werd unaniem gelauwerd als een “schat voor de uitwisseling van good practices”. In oktober zal een conferentie plaatsvinden om deze methode van sociale convergentie te versterken. Deze conferentie zal parallel werken aan het toekomstige “platform armoede” dat door de Europese Commissie werd aangekondigd.
Pensioenen en sociale inclusie
De tweede sessie - onder voorzitterschap van Michel Daerden – heeft aandacht besteed aan de vraagstukken over pensioenen en sociale inclusie, met name toegespitst op de essentiële rol van de stelsels van de sociale bescherming in het kader van de economische crisis.
Twee thema's werden gesteld om de discussies in goede banen te leiden: het concept van een waardig minimuminkomen en het concept van adequaat pensioen.
Wat het minimuminkomen betreft, stelt de Staatsecretaris voor armoedebestrijding dat het beleid van de lidstaten een aangepast en toegankelijk minimum inkomen moet waarborgen overal in Europa, als een essentieel element van de actieve inclusie, om onze becijferde doelstelling te bereiken inzake de armoede, zoals omschreven in de nieuwe Strategie EU 2020 (20 miljoen armen minder).
Essentieel dient ervoor gezorgd te worden dat elke Europese burger boven de armoedegrens leeft.
In dat verband wil het Belgische voorzitterschap de lidstaten vragen zich voor te bereiden op de Europese Ronde Tafel "tegen armoede en sociale uitsluiting". Deze RondeTafel wordt in oktober in Brussel gehouden met als doel de discussies om de uitwisseling in verband met een "adequaat" minimum inkomen in de hele EU te intensifieren. Om het debat te voeren, heeft het Belgische Voorzitterschap aan de lidstaten de studie « A social Inclusion Roadmap for EU2020 »" gerealiseerd door onafhankelijke Europese experts, doorgegeven.
Betreffende de pensioenen, in een context van economische en financiële crisis, is het "Groen Boek" van de Commissie, dat voornamelijk is gebaseerd op het tussentijdse verslag gezamenlijk gerealiseerd door het Comité van sociale bescherming en het Comité voor Economische Politiek,via 14 fundamentele vragen ingegaan op de problemen van onze landen terzake.
Dit document benadrukt in het bijzonder:
- De noodzaak van economisch herstel en verbetering van de openbare financiën;
- De noodzaak om een adequaat niveau van pensioen te waarborgen;
- De noodzaak om na te denken over het verhogen van de effectieve leeftijd van uittreding;
- De noodzaak om de pensioenregelingen met kapitalisatie zeker te stellen en te reguleren;
- De noodzaak van regulering van de financiële markten, met name gelet op de toenemende rol van pensioenfondsen.
Minister Daerden herinnerde aan de bijzondere uitdaging voor pensioenen: "Ik durf de verschillende lidstaten vragen om bij te dragen tot de realisatie van het toekomstige “Witboek” van de Commissie en ik verzoek hen onmiddellijk na te denken over de vragen uit het Groenboek en in het bijzonder het vraagstuk betreffende de adequate pensioenen evenals de betaalbaarheid van de pensioenen, want zoals u weet, zal dit de belangrijkste thema van onze conferentie over de Pensioenen zijn die zal op 7 september in Luik plaats hebben.”

