Via grensoverschrijdende samenwerking een naadloos Europa opbouwen

De “Europese territoriale samenwerking” is één van de drie doelstellingen die de Europese Unie heeft vooropgesteld in het kader van het “cohesiebeleid” (opvolger van het “Regionale beleid”). De twee andere doelstellingen zijn “Convergentie” en “Regionale competitiviteit en tewerkstelling”.
De Europese territoriale samenwerking, gefinancierd door het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling(EPRO) bestaat uit een grensoverschrijdend luik (A) met territoriale samenwerkingsprojecten die zich vlakbij de landsgrenzen afspelen, een transnationaal luik (B) met meer omvangrijke projecten, zowel geografisch als wat de aard van de acties en investeringen betreft en een interregionaal luik (C) voor alle regio’s van Europa, vooral gericht op het opbouwen van netwerken en het uitwisselen van ervaringen tussen steden en regio’s. Elk van deze luiken is onderverdeeld in programma’s die elk een bepaalde geografische zone dekken bestemd voor het ondersteunen van projecten die voldoen aan hun doelstellingen. Elk project moet een internationaal partnerschap inhouden.
|
Bij wijze van voorbeeld geven we voor de huidige programmatieperiode (2007-2013) de programma’s die België volledig of gedeeltelijk omvatten: Grensoverschrijdend luik: Interreg IVA France-Wallonie-Vlaanderen, Interreg IVAGrande-Région, Interreg IVA Euregio-Meuse-Rhinen Interreg IVA Vlaanderen Nederland Transnationaal luik: Interreg IVB Europe du Nord-ouest,en Interreg IVB Mer du Nord Interregionaal luik: Interreg IVC, URBACT, INTERACTen ESPON/ORATE |
Wat Wallonië betreft werd deze doelstelling voor de periode 2000-2006 omgezet in 273 samenwerkingsprojecten op het gebied van stedelijke ontwikkeling, economische relaties en het uitbouwen van netwerken van KMO’s, onderzoek en ontwikkeling, informatie- en communicatietechnieken en het milieu of risicopreventie (bijv. op het gebied van water). Daarbij mogen we de samenwerking op cultureel gebied en binnen het onderwijs of opleidingen evenmin vergeten.
| Twee voorbeelden van projecten 2000-2006: het project Pro-Bois voor het verlenen van ecocertificaten aan bossen en de ontwikkeling van de bosbouw (leider van het project: vzw VALBOIS in St-Hubert) en het project DIPCity gericht op samenwerking tussen de binnenhavens (vooral Parijs, Rijsel, Brussel en Luik) op gebieden zoals afvalbeheer, integratie in de steden, de logistieke keten en veiligheid (leider: de haven van Brussel). |
Voor de periode 2007-2013zal het aantal gesteunde projecten ongeveer even groot zijn die inhoudelijk echter meer gericht zijn op de sector economie/tewerkstelling conform de streefdoelen van de zogenaamde strategieën van “Lissabon” en “Visie 2010 voor Europa”.
|
Twee voorbeelden van projecten 2007-2013: het project REGAINrond de toe-eigening van de privésector van duurzame en innoverende producten en diensten op gebied van industriële onroerende goederen (leider van het project: BEP – het Economische bureau van de provincie Namen) en het project GreenCook dat streeft naar samenwerking om het verspillen van voedsel te verminderen en van Noord-West Europa een model maken voor het duurzaam voedselbeheer (leider: Espace-environnement asbl, Charleroi). |