Goedkeuring van de conlusies van de Raad over het vlaggenschipinitiatief Europa 2020 : "Innovatie-Unie"

Vandaag verzameld in Brussel onder het voorzitterschap van de Belg Benoît Cerexhe, hebben de Ministers van Onderzoek conclusies goedgekeurd die ze samen hebben uitgewerkt met hun collega's die bevoegd zijn voor Industrie en die volgen op deze mededeling.
Op 6 oktober 2010 stelde de Europese Commissie een mededeling met de titel « Innovatie-Unie » voor, een ruime inventaris met de handicaps waaronder Europa lijdt inzake onderzoek en innovatie, en met mogelijke oplossingen om te evolueren in de richting van een nieuwe Europese economie die gebaseerd is op kennis en innovatie.
In het licht van de voortdurende fragmentatie, vestigen de Ministers de aandacht op de noodzaak aan een strategische en geïntegreerde benadering van innovatie. Er moet een strategische en geïntegreerde aansturing van de innovatie in Europa komen. Dit betekent dat het beleid van de Lidstaten en de Europese agenda moeten convergeren, dat er meer interactie moet zijn tussen de Europese programma's zelf en elke vorm van duplicatie vermeden moet worden. Wie « strategische agenda » zegt, zegt ook « prioriteiten stellen », met name in functie van een criterium van Europese toegevoegde waarde.
De Ministers verklaren dat ondanks de crisis en de grote budgettaire moeilijkheden die op alle regeringen wegen, naast onderwijs en opleiding, ook onderzoek, ontwikkeling, innovatie en de sleuteltechnologieën strategische investeringen zijn waaraan prioriteit gegeven moet worden. Veel deelnemers hebben er aan herinnerd dat de fundamenten moeten versterkt worden: zonder een sterk hoger onderwijs en fundamenteel onderzoek dat gericht is op excellentie, is er geen kwalitatief toegepast onderzoek.
De Ministers benadrukken ook dat het dringend is om voorwaarden te scheppen die gunstiger zijn voor het investeren in innovatie (in brede zin) en om de onderzoeksresultaten te vertalen in economische resultaten en tewerkstelling. Dit gaat met name om de financieringsbehoeften van ondernemingen, de convergentie van het Kaderprogramma en structurele fondsen met de doelstellingen van de 2020 Strategie, de vereenvoudiging, de normalisatie, de openbare aanbestedingen,... Het verkorten van de circuits tussen onderzoek en de markt veronderstelt het zich aanmeten van de « KMO-reflex » in alle maatregelen en alle programma's, alsook rekening houden met de behoeften van de industrie.
Net zoals het Europees Parlement gedaan heeft in een resolutie die werd goedgekeurd op 11 november ll., heeft de Raad de partnerships voor Innovatie die een van de belangrijkste nieuwigheden zijn van het « Innovatieplan » van de Europese Commissie positief verwelkomd. Het gaat niet om een nieuw programma, wat in tegenspraak zou zijn met de eis tot vereenvoudiging, maar eerder over een wijziging van de methode. De unie wil vraag en aanbod dichter bij elkaar brengen in domeinen waar de nieuwe sociale uitdagingen oproepen tot nieuwe technologische doorbraken en nieuwe oplossingen.
Er is dus een principeakkoord over deze nieuwe manier van werken, maar de Commissie werd uitgenodigd om de selectiecriteria van de toekomstige partnerships en hun werkwijze te verduidelijken, zodat de Raad snel ruggensteun kan geven aan het eerste proef-partnership. Dit eerste partnership zal betrekking hebben op actief en met een goede gezondheid ouder worden. Welke innovatieve oplossingen (technologische en andere) opdat ouderen veel langer autonoom kunnen blijven?
De conclusies die vandaag zijn goedgekeurd worden vergezeld van een « roadmap », waarmee de Raad de prioriteiten vaststelt die in 2011 door de Commissie maar ook door de Lidstaten moeten aangepakt worden.
Enkele voorbeelden onder deze prioriteiten, die het voorwerp hebben uitgemaakt van een uitwisseling tussen Ministers:
- Beter de onderzoeksprogramma's en structurele fondsen afstemmen in functie van de doelstellingen van EU 2020 Strategie (« voor een slimme, duurzame en inclusieve groei ») ;
- Beter tegemoetkomen aan de financieringsbehoeften van innoverende (jonge) bedrijven met risicokapitaal;
- Beter het potentieel van de openbare sector in Europa aanwenden door middel van het hefboomeffect van openbare aanbestedingen;
- De « ontbrekende schakels » van de Europese Onderzoeksruimte aanvullen, met name inzake de mobiliteit of het pensioen van onderzoekers of inzake het delen van onderzoeksinfrastructuur;
- enz.
Het Belgisch voorzitterschap heeft aan de conclusies van de Raad bovendien een verklaring toegevoegd die herinnert aan het belang van het octrooi voor het stimuleren van innovatie in Europa. De Europese Commissie formuleerde eveneens een verklaring waarin ze het betreurt dat het octrooi niet vermeld wordt in de conclusies.
Gezamenlijke programmering
Er werd ook een nieuwe horde genomen wat de « gezamenlijke programmering » van het onderzoek in Europa betreft. De gezamenlijke programmering maakt deel uit van de inspanningen die Europa verricht en verder moet verrichten om de handicaps die het kent inzake onderzoek, met name de fragmentatie, de verspreiding van de middelen, en zels onnodige concurrentie tussen landen te boven te komen. Ze mikt op het versterken van de samenwerking tussen de Lidstaten, door het invoeren van beter gecoördineerde onderzoekprogramma's voor een bepaald aantal van grote sociale uitdagingen.
Na de goedkeuring van 3 nieuwe thema's tijdens de Raad van oktober ("Landbouw, voedselveiligheid en klimaatverandering" ; "Cultureel erfgoed en mondiale verandering: een nieuwe uitdaging voor Europa" ; "Een gezonde voeding voor een gezond leven"), heeft de Raad vandaag de kadervoorwaarden van de gezamenlijke programmering goedgekeurd. Deze « gebruiksaanwijzing » zal de daadwerkelijke start van de gezamenlijke programmering mogelijk maken, die stoelt op een medeling van de Commissie die al teruggaat tot in juli 2008. We kunnen de betrokken actoren dus enkel aanmoedigen om hun pas te versnellen en zonder dralen hun « strategische onderzoeksagenda » in de goedgekeurde domeinen vast te leggen, met inbegrip van het proefproject over neurodegeneratieve ziekten, in het bijzonder de ziekte van Alzheimer.
Balans van de Europese Onderzoeksruimte
De raad heeft kennisgenomen van een verslag over de voortgang opgesteld door het Belgisch Voorzitterschap over de verschillende facetten van de Europese Onderzoeksruimte (Human resources; Onderzoeksprogramma's; Onderzoeksinfrastructuur; het delen van kennis; Internationale samenwerking). De Ministers hebben in hun conclusies nogmaals gewezen op de noodzaak om de Europese Onderzoeksruimte af te ronden, om te komen tot vrij verkeer van kennis en onderzoekers.
De Raad heeft kennisgenomen van het tussentijdse evaluatieverslag dat werd opgemaakt door een groep van onafhankelijke deskundigen over het 7e kaderprogramma voor onderzoek van de EU voor 2007-2013.
De Raad heeft ook met de grootste zorg kennisgenomen van een voortgangsrapport van de voorzitter van het Strategisch Forum voor internationale wetenschappelijke en technologische samenwerking (SFIC), dat een proefproject bevat met India op het gebied van het beheer van rijkdommen van de zee.
ITER
De Raad heeft kennisgenomen van een plan voor kostenbeheersing voorgesteld door het Agentschap "Fusion for Energy" (het agentschap bevoegd met het leiden van de Europese bijdrage aan ITER). De Raad heeft akte genomen van de eerste geformuleerde voorstellen hiertoe en heeft gevraagd dat er nieuwe inspanningen worden gedaan met oog op het aanzienlijk verminderen van de kosten. Bovendien heeft de Raad met de grootste zorg kennis genomen van informatie van de Commissie over de verbetering van het bestuur over het ITER-project en heeft ze gevraagd dat er « een dringende impuls » inzake beheer en controle van beheer wordt gegeven.