De ministers van Onderzoek en Industrie willen Europa een ambitieuze en geïntegreerde innovatiestrategie bezorgen.

Na afloop van de gezamenlijke informele vergadering van de filières Onderzoek en Industrie in de Raad voor Concurrentievermogen in de Europese Unie die donderdag 15 juli 2010 in Brussel werd gehouden, wil het Belgische voorzitterschap, vertegenwoordigd door minister Benoît Cerexhe en minister Jean-Claude Marcourt, de volgende punten in het licht stellen:
- Voor bedrijven, meer bepaald jonge, innoverende bedrijven, zal een Europees subsidieprogramma worden uitgewerkt voor projecten met een hoog risico en zal een Europees fonds voor risicokapitaal worden opgericht dat kan tussenkomen in het precommerciële stadium.
- Om de overgang naar deze nieuwe Europese economie en de werkelijke uitvoering van de Strategie 2020 mogelijk te maken, moet Europa de kortste wegen vinden tussen het Onderzoek en de Markt. Deze weg gaat via bedrijven en KMO’s in het bijzonder.
- We kunnen deze noodzakelijke stap naar de nieuwe Europese economie maken als we de investeringen in Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie opvoeren. Deze uitgaven moeten worden beschouwd als cruciale investeringen voor het welzijn van de toekomstige generaties.
- Voor deze overgang moeten we een reeks obstakels die we in Europa zien, opheffen: fragmentering, versnippering, nutteloze concurrentie tussen de lidstaten, een moeilijke toegang tot de markt van risicokapitaal, vooral voor jonge, innoverende bedrijven, lacunes in de octrooiregeling, een opvallend gebrek aan onderzoekers en gediplomeerd wetenschappelijk en technisch personeel, maar ook het probleem van de opleiding en de zwakke innovatiecultuur.
- Om de overgang mogelijk te maken, hebben we ten slotte nood aan een betere convergentie tussen het onderzoeks- en innovatiebeleid van de Lidstaten en datzelfde beleid van de Unie. Hiervoor is ook een betere coördinatie vereist tussen de beslissingsniveaus en een betere coördinatie tussen de andere beleidslijnen die de Unie volgt. Daarom moet de coördinatie tussen het onderzoeksbeleid en het industriebeleid worden verbeterd. Dit is een cruciale factor als de Unie op het vlak van Innovatie succes wil boeken. Het wordt namelijk steeds duidelijker dat we de grote uitdagingen van onze maatschappij niet kunnen opvangen als we op een versnipperde manier handelen: klimaatwijziging, efficiënte aanwending van de energie en natuurlijke bronnen, demografische verschuivingen, uitdagingen op het gezondheidsvlak en sociale uitsluiting...
Om al deze redenen vestigen de ministers van Industrie en Onderzoek al hun hoop op het Plan voor Onderzoek en Innovatie dat in september officieel door mevrouw Máire Geoghegan-Quinn zal worden voorgesteld..
Op basis van de eerste elementen die de Commissie prijsgaf over de inhoud van het toekomstige Plan voor Onderzoek en Innovatie bespraken de ministers van Industrie en Onderzoek vandaag een aantal concrete voorstellen:
Op basis van de eerste elementen die de Commissie prijsgaf over de inhoud van het toekomstige Plan voor Onderzoek en Innovatie bespraken de ministers van Industrie en Onderzoek vandaag een aantal concrete voorstellen:
De snelle verbetering van de financiering van Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie via de volgende hervormingen:
- Voor bedrijven, meer bepaald jonge, innoverende bedrijven, zal een Europees subsidieprogramma worden uitgewerkt voor projecten met een hoog risico en zal een Europees fonds voor risicokapitaal worden opgericht dat kan tussenkomen in het precommerciële stadium.
- Een stijging van de leningscapaciteit van de Europese Investeringsbank en het Europese Investeringsfonds voor innoverende projecten, in het bijzonder voor KMO’s.
- Ondersteuningsmechanismen voor ecologische innovatie, in het bijzonder voor KMO’s
- Een versoepeling van het regime van de Staatssteun. Deze versoepeling zou erin bestaan dat het huidige niveau dat tijdelijk toegestaan is voor openbare investeringen met kapitaalrisico een permanent karakter zou krijgen voor innovatie.
- De versteviging van de concentratie van structurele fondsen ten voordele van onderzoek en innovatie en een betere coördinatie tussen de verschillende beleidslijnen;
- De promotie van een convergentie van de fiscale maatregelen en financiële stimulansen op Europees niveau voor uitgaven ten voordele van onderzoek en innovatie (ook voor het mecenaat)
- De stimulering van de uitwisseling van ervaringen tussen lidstaten over de financieringsmechanismen voor innovatie.
Voor zover de financieringen ten gunste van fundamenteel onderzoek op het huidige niveau worden behouden of zelfs worden opgetrokken, is het principe van selectievere financieringen voor Onderzoek en Innovatie een mogelijke piste. Voor het Belgische voorzitterschap zou deze selectiviteit kunnen worden gebaseerd op de grote maatschappelijke uitdagingen en de themaprioriteiten die hieruit voortvloeien.
Verschillende ministers drongen aan op de kwaliteit van hoger onderwijs en fundamenteel onderzoek als voorwaarde voor een efficiënt innovatiesysteem.
Het wegwerken van obstakels op de unieke markt van Innovatie is een noodzaak.
Hiervoor moeten we:
- Het dossier van het Europese octrooi deblokkeren
- Een Europese standaardisering ontwikkelen, bijvoorbeeld voor elektrische wagens en op het vlak van digitale onderlinge werkbaarheid.
- Het hefboomeffect van de openbare aanbestedingen in Europa (17% van het BBP) beter aanwenden. Hierbij moeten de aanbestedingen over de grenzen heen worden gestimuleerd voor vernieuwende producten en diensten en indien mogelijk moet hiervoor een Europese cofinanciering komen.
- Specifieke maatregelen uitwerken voor KMO’s: de specifieke rol van KMO’s in de innovatieketen en in de Europese economie vereist een specifieke aandacht, vooral in het kader van de Small Business Act. Het succes van de strategie berust namelijk op een aanpak waarbij de KMO’s actief betrokken worden.
- De opwaardering van onderzoek versterken, bijvoorbeeld door de oprichting van een Europees fonds dat de toegang tot octrooien vergemakkelijkt.
- Vereenvoudiging: de creatie van een nieuw instrument mag pas mogelijk zijn als daar tegenover staat dat minstens één bestaand instrument wordt geschrapt.
Een geïntegreerde aanpak van innovatie via de convergentie van spelers en beleidslijnen
De Commissie gaf een bijkomende uitleg over de toekomstige partnerschappen.
Het zal geen bijkomend programma zijn, maar eerder een nieuwe organisatie van de bestaande instrumenten in het kader van platforms om het aanbod en de vraag beter op elkaar af te stemmen. Het thema van de vergrijzing en van de gezondheid of het thema van de emissiebeperking in stadstransport kunnen een basis zijn om de eerste partnerschappen te lanceren.
De ministers staan positief tegenover het principe van partnerschappen en dringt met name aan op uitmuntendheid en eenvoud. Het zal belangrijk zijn om erover te waken dat de toekomstige partnerschappen ervoor zorgen dat de banden tussen universiteiten en bedrijven worden aangehaald.
Het creëren van Europese netwerken in het kader van innoverende clusters moet bovendien worden verstevigd en er moeten mutualiserende instrumenten worden gecreëerd voor de toegang tot middelen, de uitwisseling van goede praktijken, een professionele aanpak van het beheer van de clusters...
Ten slotte is het belangrijk dat de gewesten en de plaatselijke overheid overtuigde partners zijn in de Europese innovatiestrategie.
Sensibilisatie
Innovatie is niet louter een zaak van specialisten. Europa heeft nood aan een intensievere innovatiecultuur, verandering en risico. Dit is mogelijk door een groter vertrouwen in onze mogelijkheden en de wil om onze zwakke plekken aan te pakken. Hiervoor moeten we echter niet alleen de beslissingnemers overtuigen, maar ook de algemene publieke opinie en de jongeren in het bijzonder.
We moeten dus een brede visie van innovatie stimuleren, onder andere sociale en milieu-innovatie, met concrete resultaten voor de burger die zich vertalen in een betere levenskwaliteit.
In dit kader ondersteunt het Belgische voorzitterschap de oprichting van een permanent Europees sensibilisatieprogramma voor innovatie.
Het is ook belangrijk de creativiteit en ondernemingszin te ondersteunen, vooral in het onderwijs. Het Belgische voorzitterschap verdedigt het project voor de oprichting van een vereniging van de ”Europese Innovatiesteden” en de organisatie van een Europese innovatieconventie.
Een anticiperend beheer van de vaardigheden van onze werknemers
Een innovatiegeest vereist een specifieke aandacht voor alle betrokkenen, vanaf het laboratorium tot in het bedrijf. De bedrijven moeten dus aandachtig zijn voor een anticiperend beheer van de vaardigheden van de werknemers zodat zij aan hun verwachtingen kunnen beantwoorden.


