
Het in 2004 ondertekende ontwerp van de Europese grondwet wordt een jaar later verworpen door Frankrijk en Nederland. De lidstaten moeten echter absoluut een nieuwe stap zetten. De Unie met 25, en dan 27 leden, moet dringend worden hervormd. De architectuur van haar instellingen moet worden herzien, haar besluitvormingsprocessen moeten worden versoepeld en de vertegenwoordiging van de EU op de internationale scène moet worden versterkt.
Het Verdrag van Lissabon zal deze volgende, lang verwachte stap mogelijk maken. Het vervangt nochtans de bestaande verdragen niet. Het wijzigt ze alleen maar. Toch blijft het een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van de Europese integratie.
Zuiver juridisch gezien, wordt de Unie voortaan geregeld door twee verdragen (met uitzondering van het Euratom-Verdrag): het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) die overeenstemmen met vroegere verdragen, respectievelijk het VEU en het VWEU, na hun wijzigingen door het Verdrag van Lissabon.

Soepeler besluitvormingsprocessen
Wat de besluitvormingsprocessen betreft, bestrijkt de medebeslissingsprocedure talrijke domeinen (meer bepaald het gebied van politiële en justitiële samenwerking). Dit gaat zover dat ze voortaan omschreven wordt als "gewone" wetgevingsprocedure. Tegelijkertijd krijgt het Europees Parlement aanzienlijk grotere bevoegdheden aangezien deze procedure het bij de besluitvorming nu op voet van gelijkheid stelt met de Raad van de Europese Unie.
De nationale parlementen krijgen ook een grotere rol. Ze kunnen zich verzetten tegen een ontwerpwetgeving wanneer een derde ervan meent dat ze in strijd is met het subsidiariteitsbeginsel. De drempel is een vierde wanneer het een ontwerpwetgeving betreft in verband met de ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Het ontwerp moet opnieuw worden onderzocht, maar de Commissie kan beslissen om ofwel het project te behouden, ofwel het te wijzigen, ofwel het terug te trekken. Deze beslissing moet met redenen omkleed zijn.
Op sommige voorwaarden kunnen het Europees Parlement en de Raad stemmen over de met redenen omklede adviezen van de nationale parlementen en het advies van de Raad. Wanneer een meerderheid van 55% van de leden van de Raad of een meerderheid van de in het Europees Parlement uitgebrachte stemmen meent dat het voorstel niet verenigbaar is met het subsidiariteitsbeginsel, wordt het onderzoek van het wetgevingsvoorstel niet voortgezet.
Er zijn ook meer domeinen waarvoor het stemmen met gekwalificeerde meerderheid geldt. Hierin zijn zelfs enkele traditioneel intergouvernementele bevoegdheden inbegrepen, zoals de justitiële en politiële samenwerking. De zeer gevoelige domeinen, zoals de fiscaliteit, de sociale zekerheid, het buitenlands beleid en het gemeenschappelijk defensiebeleid blijven een eenparigheid van stemmen eisen.
Een sterker statuut op de internationale scène
"Europa, welk telefoonnummer?" vroeg Henri Kissinger, de vroegere Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken. Deze onschuldig lijkende vraag wijst op een meer complexe realiteit. Wanneer de Europese Unie een prominente rol wil spelen op de wereldscène, moet ze duidelijke gesprekspartners hebben, personaliteiten die haar vertegenwoordigen bij de internationale organisaties en bij derde staten.

Om een antwoord te geven op deze essentiële vraag, heeft het Verdrag van Lissabon de functie van hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid gewijzigd. De hoge vertegenwoordiger (HV) staat in voor het gemeenschappelijke buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU. Hij is eveneens vicevoorzitter van de Commissie en voorzitter van de nieuwe Raad Buitenlandse Zaken. Deze functie wordt sinds 1 december 2009 bekleed door de Britse Catherine Ashton.

Het Verdrag van Lissabon creëert eveneens de functie van permanent voorzitter van de Europese Raad. Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag, op 1 december 2009, wordt deze functie bekleed door de vroegere Belgische minister Herman Van Rompuy. Zijn taak omvat het voorzitten van de verschillende Europese Raden en het vertegenwoordigen van de Unie op de internationale scène "op zijn niveau en in zijn hoedanigheid", zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de hoge vertegenwoordiger.
Hierbij moet worden benadrukt dat de Europese Raad het gevolg is van een uit de jaren zeventig daterende praktijk die lang informeel gebleven is. Voortaan wordt zij dus erkend als een volwaardige instelling van de Unie.
Op 1 juli 2010 is men bezig met de vorming van de ondersteunende diensten van de hoge vertegenwoordiger en van de voorzitter van de Europese Raad. Op hun vraag zal België belast kunnen worden met specifieke missies in het kader van een politieke dialoog met derde landen. Het land zal optreden uit naam en volgens de instructies van de nieuwe instellingen, en zal door zijn ingrepen hun rol op de internationale toneel bevestigen.

De mogelijkheid van een burgerinitiatief
Het Verdrag van Lissabon zet nog een verdere stap in het democratiseringsproces van de EU. Het verdrag voorziet immers dat de burgers de Europese Commissie kunnen vragen om een voorstel voor te leggen aan het Europees Parlement en aan de Raad van de Europese Unie. Ze moeten hiervoor echter de goedkeuring hebben van een miljoen burgers die onderdaan zijn van een significant aantal lidstaten. De gevraagde rechtshandeling moet volgens de burgers ook "nodig zijn om de verdragen te kunnen toepassen".
De grondrechten in de Europese Unie
Dankzij een bepaling van het verdrag, krijgt het Europese Handvest van de grondrechten van de Europese Unie rechtskracht. De lidstaten moeten dit handvest dus eerbiedigen wanneer ze het recht van de Unie uitvoeren (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Polen die specifieke afwijkingen hebben verkregen).
Wist je...
dat het Verdrag van Lissabon de fameuze op "pijlers" berustende structuur afschaft die ingevoerd werd door het Verdrag van Maastricht?
dat de Europese Unie rechtspersoonlijkheid krijgt? Ze treedt dus in de plaats van de Gemeenschappen en kan voortaan internationale akkoorden sluiten op al haar bevoegdheidsdomeinen. Er is onder meer voorzien dat ze als zodanig instemt met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.