
België is een grondwettelijke monarchie. Het staatshoofd is koning Albert II, zesde koning der Belgen.
Politieke rol
Als staatshoofd oefent de koning de politieke functies uit die de grondwet hem toekent. In die hoedanigheid ontslaat en benoemt hij de ministers, bekrachtigt hij de wetten, leidt hij de strijdkrachten en de buitenlandse betrekkingen, sluit hij internationale verdragen af... De vorst stelt deze daden onder de verantwoordelijkheid van zijn ministers. De koning oefent die politieke activiteit ook uit via persoonlijke ontmoetingen met de politieke actoren. Het belang en de impact van die ontmoetingen verschillen naargelang van de omstandigheden. Op bepaalde tijdstippen van het politieke leven – met name bij een regeringscrisis of de dag na de verkiezingen – is de rol van de koning duidelijker: hij formuleert voorstellen om de problemen op te lossen of duidt een informateur aan en daarna een regeringsformateur.
Symbolische rol
De koning der Belgen heeft ook een symbolische en representatieve functie: hij is de vertegenwoordiger van de natie (of het land). Het is in die hoedanigheid dat hij naar het buitenland reist om er beleefdheids- of vriendschapsbezoeken af te leggen en er het positieve imago van België uit te dragen. Samen met de koningin reist hij ook door het land om op de hoogte te blijven van wat er leeft bij de bevolking en om de sociale, economische en culturele ontwikkeling van België aan te moedigen. Eigenlijk is de koning het symbool van de eenheid en de instandhouding van de natie, en tevens een bemiddelaar in het politieke veld, een rol waarbij voorzichtigheid en discretie geboden zijn.