In het kort...
- aannemen van Europese wetgevingsvoorstellen
- coördineren van het economisch en werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten
- sluiten van internationale overeenkomsten
- budgettaire bevoegdheid
- gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid
- 1 minister per lidstaat - 10 raadsformaties
- roterend voorzitterschap van 6 maanden
- Brussel en Luxemburg
Justus Lipsiusgebouw in Brussel
Op 18 april 1951 ondertekenen België, Nederland, Luxemburg, Frankrijk, Italië en West-Duitsland het Verdrag van Parijs. Dit verdrag richt de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal op. Voortaan beslist een supranationaal orgaan, de Hoge Autoriteit, over de productie en de prijsbepaling van kolen en staal. Als tegengewicht voor de supranationale Hoge Autoriteit creëert het Verdrag van Parijs een andere instelling: de Raad van Ministers van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, waarin de vertegenwoordigers van de lidstaten zetelen.
De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal wordt een succes. De ondertekenaars van het Verdrag van Parijs wensen de samenwerking uit te breiden naar andere sectoren. Op 25 maart 1957 ondertekenen zij de Verdragen van Rome. De Europese Economische Gemeenschap en Euratom zien het levenslicht. Er worden twee Raden opgericht naar het model van de Raad van Ministers van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal: de Raad van de Europese Economische Gemeenschap en de Raad van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. Door het Fusieverdrag van 1965 fusioneren deze drie Raden in 1967 tot één instelling: de Raad van de Europese Gemeenschappen.
Rol
De Raad vervult de volgende essentiële taken:
-
aannemen van Europese wetgevingsvoorstellen
De Raad neemt samen met het Europees Parlement wetgevingsvoorstellen aan. Sinds het Verdrag van Lissabon in werking trad, is de procedure waarbij beide instellingen op voet van gelijkheid beslissen (gewone wetgevingsprocedure) op het overgrote merendeel van de domeinen van toepassing. In deze gewone wetgevingsprocedure moeten beide instellingen hun goedkeuring geven aan het wetgevingsvoorstel in kwestie. -
coördineren van het economisch en werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten
De lidstaten coördineren hun economisch beleid in de Raad Economische en Financiële Zaken (Ecofin). Om dit te realiseren stelt de Raad, op aanbeveling van de Commissie, en na conclusies hierover van de Europese Raad, globale richtsnoeren voor het economisch beleid van de lidstaten vast. Verder ziet de Raad toe op de economische ontwikkelingen in elke lidstaat en in de Unie. Ook inzake het werkgelegenheidsbeleid coördineren de lidstaten hun maatregelen binnen de Raad en vaardigt de Raad richtsnoeren uit. -
sluiten van internationale overeenkomsten
De Raad is bevoegd voor het sluiten van internationale overeenkomsten tussen de Europese Unie enerzijds en derde landen of internationale organisaties anderzijds. -
budgettaire bevoegdheid
De Raad stelt samen met het Europees Parlement de jaarlijkse begroting vast. Na ondertekening door de voorzitter van het Europees Parlement wordt deze van kracht. Het Europees Parlement oordeelt ook elk jaar of de Commissie de begroting van het voorgaande begrotingsjaar naar behoren heeft uitgevoerd. Indien dit het geval is, verleent zij kwijting. De Raad geeft hiertoe een aanbeveling aan het Europees Parlement, waarop het Europees Parlement dan kwijting kan verlenen. -
gemeenschappelijk buitenlands veiligheidsbeleid
Op basis van de algemene richtsnoeren en strategische beleidslijnen van de Europese Raad, werkt de Raad het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid uit. De Raad neemt aldus de nodige besluiten voor de bepaling en de uitvoering van het GBVB. Samen met de hoge vertegenwoordiger ziet de Raad toe op de doeltreffendheid, eenheid en samenhang van het GBVB.
Samenstelling
De Raad vergadert in verschillende configuraties. Sinds het Verdrag van Lissabon in werking is getreden zijn er tien raadsformaties. Elk der vakraden behandelt een aantal vaste domeinen. Er zijn: de Raad Algemene Zaken (algemene coördinatie van het beleid, institutionele en administratieve vraagstukken, horizontale dossiers, uitbreiding, …), de Raad Buitenlandse Zaken (het gehele externe beleid, waaronder het GBVB en het GVDB, de gemeenschappelijke handelspolitiek, ontwikkelingssamenwerking en humanitaire hulp), de Raad Economische en Financiële Zaken (met inbegrip van begroting), de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken (met inbegrip van civiele bescherming), de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken, de Raad Concurrentievermogen (waaronder Interne Markt, Industrie en Onderzoek, en Toerisme), de Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie, de Raad Landbouw en Visserij, de Raad Milieu en de Raad Onderwijs, Jeugdzaken Cultuur, en Sport (met inbegrip van de audiovisuele sector).
Elke Raadsconfiguratie is samengesteld uit de bevoegde nationale ministers. In de Raad Milieu zullen dus de 27 ministers (of staatssecretarissen) van de lidstaten die bevoegd zijn voor milieu zetelen.
Iedere minister in de Raad is gemachtigd om in naam van zijn regering verbintenissen aan te gaan. Bovendien is iedere minister in de Raad verantwoording verschuldigd aan zijn nationale parlement en aan de burgers die dit vertegenwoordigt.
Niet alle raadsformaties vergaderen even frequent. De Raad Algemene Zaken, de Raad Buitenlandse Zaken, de Raad Economische en Financiële Zaken en de Raad Landbouw vergaderen bijna maandelijks. De overige formaties komen vier tot zes keer per jaar bijeen.
Werkwijze
De raadswerkgroepen, het Coreper en het secretariaat-generaal staan de Raad bij:
-
Raadswerkgroepen
Technische discussies over de inhoud van wetgevingsvoorstellen vinden plaats in de werkgroepen van de Raad. Deze raadswerkgroepen komen in Brussel samen en bestaan vooral uit ambtenaren uit de verschillende lidstaten. Zij vertegenwoordigen hun lidstaat of een ministerie binnen hun lidstaat. Binnen de werkgroepen van de Raad probeert men zoveel mogelijk de grond te effenen voor een compromis. Als een raadswerkgroep tot een akkoord komt, wordt dit door het Coreper zonder debat goedgekeurd. Het is de voorzitter van een werkgroep die bepaalt wanneer het dossier rijp genoeg is voor een behandeling in het Coreper. Het land dat het voorzitterschap van de Raad uitoefent zit het leeuwendeel van deze werkgroepen voor. -
Coreper
Het Comité van permanente vertegenwoordigers (Coreper) bestaat uit de ambassadeurs van de lidstaten bij de Europese Unie. Het wordt voorgezeten door de lidstaat die voorzitter is van de Raad. Het Coreper bereidt de werkzaamheden van de Raad van de Europese Unie voor. Daarnaast legt het diens agenda vast. Aan elke vergadering van de Raad gaat dus een intensieve en lange voorbereiding vooraf. -
Secretariaat-generaal
Het secretariaat-generaal zorgt ervoor dat de werkzaamheden van de Raad vlot verlopen. Op die manier waarborgt het de continuïteit van de werkzaamheden van de Raad.
Ambtstermijn
Alle Raadsformaties, met uitzondering van de Raad Buitenlandse Zaken, die wordt voorgezeten door de hoge vertegenwoordiger, worden voorgezeten door het roterend voorzitterschap. Dit betekent dat elke lidstaat om de beurt gedurende zes maanden – van januari tot en met juni en van juli tot en met december – het voorzitterschap uitoefent. Het is de Europese Raad die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen over het voorzitterschap van de raadsformaties beslist.
Om een grotere continuïteit in de Raadswerkzaamheden te garanderen, werd een triovoorzitterschap ingesteld waarbij telkens drie opeenvolgende voorzitterschappen op basis van een gemeenschappelijk trioprogramma (van 18 maanden) hun werkzaamheden onderling afstemmen. Momenteel bundelen Spanje, België en Hongarije hun krachten.
Een lidstaat kan in de taken die met het voorzitterschap gepaard gaan, worden bijgestaan door het secretariaat-generaal van de Raad.
Zetel
De Raad vergadert doorgaans in het Justus Lipsiusgebouw in Brussel. In de maanden april, juni en oktober vinden de bijeenkomsten plaats in Luxemburg.
Wist je...
- dat de Raad vaak wordt verward met de Raad van Europa. De Raad van Europa is echter geen instelling van de Europese Unie. Het is een intergouvernementele organisatie die onder meer tot doel heeft culturele verscheidenheid in Europa te bevorderen, de mensenrechten te beschermen en sociale problemen zoals onverdraagzaamheid en rassendiscriminatie te bestrijden?
- dat de Raad in de meeste gevallen bij gekwalificeerde meerderheid stemt. Het Verdrag van Lissabon bepaalt dat vanaf 2014 een beslissing is aangenomen als ze wordt gesteund door minstens 55% van de lidstaten die ten minste 65% van de bevolking vertegenwoordigen. In een aantal gevoelige domeinen moeten de ministers nog altijd met unanimiteit stemmen?
- dat je kort na een formele raadszitting al een persoverzicht terugvindt op de website van de Raad?