Het verleden is tastbaar in Vlaanderen. Fiere belforten getuigen van de tijd toen steden nog onafhankelijke machten waren. In kerken en kathedralen prijken imposante kunstcollecties die toeristen van over de hele wereld lokken. Antwerpen, Brugge, Brussel, Gent, Leuven en Mechelen zijn de Vlaamse kunststeden waar u dat rijke verleden kunt bewonderen.
Het tastbare verleden van Vlaanderen uit zich ook in het werk van de Vlaamse Primitieven, het eerste hoogtepunt in de Vlaamse schilderkunst (vijftiende en begin zestiende eeuw). De gebroeders van Eyck ontwikkelden toen een techniek die toeschouwers de indruk geeft dat er licht uit het schilderij komt.
Een volgende mijlpaal werd uitgezet door grote Vlaamse barokschilders zoals Jacob Jordaens, Antoon Van Dijck en Pieter Paul Rubens, bekend van zijn schilderijen met voluptueuze vrouwen.
Vanaf de negentiende eeuw won de schilderkunst in Vlaanderen opnieuw aan belang, met onder andere de expressionistische Constant Permeke en de eigenzinnige James Ensor.
