Die Übergänge Jugendlicher von der Schule in das Berufsleben
Tijdens dit colloquium willen we een stand van zaken opmaken en onze kennis uitbreiden over de Overgang van (laaggeschoolde) jongeren van de school naar het beroepsleven. Het accent ligt op de grote Europese stadsregio’s, naar het voorbeeld van Brussel, op basis van twee analyseroosters van de overgangsinstrumenten. Daarna willen we nieuwe pistes en werkvooruitzichten ter zake opmaken. Ten slotte willen we een project lanceren: een Europees Observatorium voor Overgangen die nuttig kunnen zijn voor het beslissingproces van de bevoegde openbare machten.
In tegenstelling tot het fenomeen van vergrijzing dat we overal in Europa vaststellen, kennen de Grote Steden met Europese en/of internationale inslag een exponentiële demografische en migratieontwikkeling die gekenmerkt wordt door een hoog aantal jongeren.
De grote stadszones zijn bijzonder aantrekkelijk door hun economische, sociale, schoolse en studieactiviteit. Ze zijn ook een concentratie van uitdagingen die we moeten aangaan op het vlak van werkloosheid, de integratie van geïmmigreerde bevolkingen en etnische minderheden, de erg grote behoefte aan onderwijs, opleidingen en alfabetisering maar ook op milieuvlak.
Een uitgestelde integratie
Er bestaan grote verschillen tussen de zones van eenzelfde stad. De integratieproblemen zijn geconcentreerd in de zones waar de meeste jongeren verblijven die progressief langer moeten wachten tot ze deel kunnen nemen aan het beroepsleven (40% van de jongeren onder de leeftijd van 25 jaar zijn meer dan twee jaar werkloos in bepaalde Brusselse wijken). De carrières worden langer, diverser, complexer. De echte intrede in het beroepsleven gebeurt steeds later, steeds moeilijker. Voor de laaggeschoolde jongeren heeft het parcours naar een job steeds meer weg van een echt labyrint. De bevoegde openbare machten starten of ondersteunen nochtans tal van instrumenten die de overgang School – Beroepsleven moet vergemakkelijken en stimuleren.
De overgangsruimte in vraagvorm
Deze vaststelling is verontrustend. Ze geldt voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de hoofdstad van Europa, maar ook voor andere grote Europese steden en regio’s. Voor sommige bestaan er al dergelijke “overgangsinstrumenten”. Ze worden gebundeld omwille van het belang van hun initiatieven ter zake.
Er werd een analysekader gemaakt van deze overgangsruimte en er werden hypotheses geformuleerd op basis van een universitaire studie (Faculteiten Saint-Louis - Brussel) en een beschrijvend rooster (FREREF).
Tijdens het colloquium zullen drie dimensies van deze overgangsruimte worden uitgediept tijdens workshops:
- de School en na de school
- de overgangsruimten: welke succesfactoren?
- de overgangselementen van de arbeidsmarkt.
Deze workshops zullen een interventie van een grote Europese stad of regio toepassen op een specifiek instrument en vergelijken met een Brussels instrument. De workshops zijn gericht op een analyse van contextelementen (arbeidsmarkt, stadsdemografie…) en geconcentreerd op de antwoorden die worden geformuleerd op de behoeften die tot uiting komen. Zo verkrijgen ze een thematische wetenschappelijke bijdrage, die het debat tussen de deelnemers zal animeren. Op basis van deze debatten kunnen we een progressieve aanpassing van de initiële hypotheses aanbrengen om samen aan nieuwe werkingsgebieden te bouwen.
et is de bedoeling een Europees Observatorium voor Overgang dat het beslissingsproces van de bevoegde openbare machten kan voeden. De haalbaarheid van de uitvoering hiervan zal worden geanalyseerd.